Uitvoerende macht

16 april 2012

Parlementaire geschiedenis is niets anders dan een worstelpartij tussen aan de ene kant de volksvertegenwoordigers en aan de andere kant bestuurder en ambtenarij. De bestuurders hebben de beste kaarten, zij hebben de oudste rechten en zijn het meest professioneel. De volksvertegenwoordigingen hebben in de loop der eeuwen desondanks veel terrein op de executieve  gewonnen, hoogtepunten waren het afzetten van Philips II,  Karel I en Lodewijk XVI.  De laatste twee verloren hun hoofd.

De Amerikaanse grondwet was de eerste constitutie die een duidelijke verdeling van de machten regelde, maar ook daar heeft de machtsverdeling verschoven in het voordeel van wat men een “imperial presendency” is gaan noemen.

De Angelsaksen onderkennen het bestaan van een “residual power” bij de uitvoerende macht. Waar niets geregeld is, en daar waar onder tijdsdruk niets geregeld kan worden, kan de president of de Britse koningin (in haar plaats handelt haar premier) maatregelen nemen die niet, of in ieder geval niet van yevoren, met de volksvertegenwoordiging worden besproken en ook geen parlementaire sanctie behoeven. President Lincoln en zijn Minister van Justitie Edward Bates rekten deze grenzen op tot ver buiten wat betamelijk was maar tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog heeft het Congres ze, al dan niet morrend,  hun gang laten gaan.

De Nederlandse Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren steeds meer terrein op de ministerraad veroverd. Dat begon jaren geleden al met een debat waarin een Minister van Buitenlandse Zaken de Kamer om toestemming vroeg voor een buitenlands bezoek.  Waarom stond dan in de Grondwet dat de Koning het bestuur over de buitenlandse betrekkingen had?  De kamer ging meeregeren, dit ging de perken van controle verre te buiten.

Het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel verwijt de Minister van Financiën dat hij de Tweede Kamer niet heeft geïnformeerd en niet heeft betrokken bij de redding van de Nederlandse en Belgische banken.  Het komt mij voor dat De Wit en zijn commissie niet onderkennen wat het verschil tussen regeren en besturen enerzijds en contoleren en wetgeven anderzijds  is.

De ingrepen van Minister Wouter Bos berusten op zijn residuele macht en zijn verantwoordelijkheid als hoogste uitvoerende macht. Vooroverleg was dat weekeinde geen tijd of gelegenheid,

Op het bestuursniveau van een gemeente doet de positie  van De Wit me denken aan een raadslid dat de burgemeester achteraf verwijt bij een uitslaande brand teveel water te hebben gebruikt en teveel straten te hebben afgezet.

Daarover kan men een bestuurder natuurlijk ter verantwoording roepen. Maar ik zou niet graag op een zaterdagnacht door Peter Rehwinkel uit mijn bed worden gebeld met de vraag of hij misschien wat meer water dan gebruikelijk mag gebruiken om een brand te bestrijden!

Ik lees het rapport van de Commissie De Wit als het rapport van politici die in het weekeinde dat ons financieel stesel bezweek mee aan tafel hadden willen zitten. Maar daar hoorden ze niet thuis.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 

Archief